Home » Thijs en het rare kinderspel

Thijs en het rare kinderspel

 

Thijs wordt wakker van het piepende geluid van de garagedeur. Eigenlijk is het een grote schuifdeur in het achterhuis. Bij de verbouwing van de woonboerderij heeft een gedeelte van het achterhuis een bestemming als garage gekregen. De twee gezinnen hebben samen de beschikking over één auto, maar omdat Thijs’ moeder Anna geen rijbewijs heeft wordt de auto nu alleen gebruikt door Gerard en Elly. Ineens weet Thijs het weer. Ze gaan naar Friesland, naar Elly’s moeder die in het ziekenhuis ligt. Thijs hoorde gisteren Elly en zijn moeder daarover praten toen Elly vroeg of de kinderen thuis mochten blijven. Het gebeurde heel vaak dat de stellen de oppas voor elkaars kinderen verzorgden, maar nu Mark weg is veel minder. Als Thijs’ ouders niet thuis waren ging hij altijd bij Thomas en Maartje logeren, maar nooit omgekeerd. Thijs sliep dan bij Thomas die als enige van de kinderen een tweepersoons bed heeft. Dat was altijd dikke pret. Ook Thomas slaapt altijd bloot onder de lakens. Thijs hoort het geluid van de autobanden die over het grind van de oprijlaan rollen tot ze de weg op draaien en alles weer stil wordt in huis. Maar de stilte duurt niet lang. Slechts een paar tellen later hoort Thijs dat Maartje over de gang loopt. Ze loopt niet graag op blote voeten maar altijd op slippers die bij elke stap tegen haar voetzolen klepperen. Het zijn maar een paar stappen die Thijs hoort. Het duurt even voordat hij beseft dat Maartje niet naar het toilet of de badkamer gaat, maar kennelijk in Thomas’ kamer binnen gaat. Zou hij dat wel goed gehoord hebben? Maartje en Thomas maken de laatste tijd vaak ruzie of ze negeren elkaar en nu zou Maartje bij haar broertje in zijn slaapkamer zijn? Thijs kan het zich niet voorstellen en het maakt hem nieuwsgierig. Als hij zijn laken terugslaat en uit bed stapt, hoort Thijs opnieuw de luidruchtige stap van Maartje. Het geluid verraadt dat ze nu wel doorloopt naar de WC. Thijs moet ook nodig plassen en gaat op blote voeten zijn kamer uit. Nou ja, op blote voeten? Helemaal bloot is een betere omschrijving. Het is niet ongewoon voor hem om bloot te lopen, zelfs niet als hij kan verwachten dat hij Maartje zo kan tegenkomen. De WC is nog bezet als Thijs daar aankomt. Hij wacht even en hoort al snel dat het toilet wordt doorgespoeld. Verveeld leunt hij met zijn schouders tegen de muur tegenover de WC-deur. Zijn blote kontje raakt net niet de houten lambrisering. Als Maartje de WC-deur opent schrikt ze even van Thomas die gelijktijdig rechtop gaat staan. De schrik is maar van korte duur. “Goeie morgen” zegt ze. Maartje is ook helemaal bloot, maar Thijs had ook niet anders verwacht. “Morgen” gromt hij binnensmonds terug, waarop Maartje vraagt: “Ben je al lang op?”. “Nee” zegt Thijs, “Ik hoorde je naar de kamer van Thomas lopen”. Maartje is even verbaasd. “Dat hij dat gehoord heeft” denkt ze. Door haar hoofd flitsen de gedachten heen en weer. “Zou hij weten waarvoor ze bij haar broertje binnen liep?” “Zou ze nu wel naar hem terug kunnen of kan ze beter naar haar eigen kamer gaan?”. Dan zegt ze: “O ja, hoezo heb je dat gehoord?”. Thomas wil net de WC-deur achter zich sluiten en draait zich nog even naar Maartje om. “Je slippers klepperen, daaraan hoorde ik dat je naar Thomas ging” zegt hij. Dan beseft Maartje dat Thijs niets vermoedt. Ze is gerustgesteld en zegt: “O, bedoel je dat. Ik loop niet graag op blote voeten”. Maar Thijs luistert er nauwelijks naar. Hij heeft de WC-deur al dicht getrokken en doet zijn plas. Als hij klaar is en op de gang de deur van Thomas’ kamer passeert ziet Thijs dat de deur op een kiertje open staat. Even gluurt hij naar binnen, maar hij ziet slechts een stukje muur en het lichtknopje. Dan hoort hij gegiechel. Het is Thomas die lacht omdat zijn zus hem kietelt. Thijs duwt de deur een stukje verder open. Maartje zit geknield naast haar broertje op bed. Thijs ziet haar blote rug en haar voeten die onder haar billen tevoorschijn komen. Van Thomas ziet hij alleen zijn opgetrokken benen die heftig in de lucht spartelen. Kennelijk weten de kinderen dat hun ouders niet thuis zijn en dat ze van Anna, de moeder van Thijs niets te vrezen hebben. Die ligt nog in bed en dat blijft ze nog wel een hele tijd. “Hé, mag ik mee doen?” vraagt Thijs terwijl hij de deur van Thomas’ kamer helemaal open zwaait? Maartje kijkt over haar schouder en vraagt: “Wil je kietelen of gekieteld worden?”. Ze is helemaal niet verbaasd dat Thijs daar ineens staat, in tegendeel. Speciaal om hem heeft ze de deur op een kiertje laten staan. Thijs antwoordt: “Maakt mij niks uit” en stapt de kamer binnen. Thomas komt overeind en zegt: “Hé Thijs! Je moet je niet laten kietelen, maar mij helpen . Dan zullen we haar samen de kieteldood laten sterven”. Tegelijkertijd stort hij zich op zijn zus. De naakte kinderen rollen over het bed dat hevig kraakt onder het geweld. Maartje is sterk. Ze kan haar twee jaar jongere broertje gemakkelijk in bedwang houden en van Thijs die één jaar jonger is dan zijzelf heeft ze ook niet veel te vrezen. Maar als ook Thijs zich op de naakt stoeiende broer en zus stort geeft ze zich gewonnen. De jongens zitten triomfantelijk op het meisje. Thomas zit op haar buik en klemt zich met zijn knieën om Maartjes bovenlichaam vast. Thijs zit op haar benen en leunt achterover om haar enkels in bedwang te houden. Even zit het blote drietal stil. Dan tilt Maartje met een schok haar heupen van het matras. De jongens worden bijna gelanceerd. Thijs valt achterover en stoot zijn hoofd aan het voeteneind van het bed. Thomas duikt voorover. Tegelijkertijd pakt Maartje Thomas om zijn nek en trekt hem naar zich toe. Hun hoofden botsen bijna tegen elkaar en Maartje voelt hoe haar pril ontwikkelde borstjes worden samengedrukt onder Thomas’ blote lijf. Als Thijs wat stil blijft zitten, met zijn hand wrijvend over zijn achterhoofd, zegt Maartje “Wat is er? Heb je je kop gestoten?”. Thijs zegt niks, maar zijn lichaamstaal spreekt voor zich. Ook Thomas vraagt: “Doet het erg zeer?” “Nee, het gaat wel” antwoord Thijs, nog steeds wrijvend over de gevoelige plek op zijn hoofd. Maartje kruipt naar hem toe en zegt: “Laat eens kijken; Je kunt wel een hersenschudding hebben”. Ze veegt met haar vingers wat haar op Thijs’ achterhoofd opzij. Er is niets te zien, maar toch zegt ze “Ik weet het niet hoor, maar ik denk dat je daar een dikke bult krijgt. Zal ik er wat zalf op doen?”. Thijs haalt zijn schouders op. Het is een gevoelige plek, maar de zorgzaamheid van Maartje vindt hij wat overdreven. Maartje zegt: “Ga maar even op je buik liggen, dan kijk ik nog even goed” en tegen haar broertje zegt ze “Toe ga even opzij”. De beide jongens doen wat er van hen gevraagd wordt. Maartje strijkt opnieuw wat haren op Thijs’ kruin opzij. Als een apenmoeder die haar jong vlooit onderzoekt ze hem. Ze legt haar hand zachtjes op zijn nek en vraagt: “Doet het hier zeer?”. Thijs antwoordt nauwelijks verstaanbaar “Nee”. Zijn stem is gesmoord doordat zijn gezicht in het kussen is gedrukt. “En hier?” vraagt Maartje, terwijl ze haar hand langzaam tussen Thijs’ schouderbladen omlaag schuift. Weer klinkt er een gesmoord “Nee”. Thijs heeft heel goed in de gaten dat Maartje niet echt geënteresseerd is in zijn gestoten hoofd. Hij vindt het wel prettig om zo te worden betast. Hij herinnert zich dat ze een paar jaar geleden heel vaak doktertje speelden. Ook toen ‘onderzocht’ Maartje hem en Thomas van top tot teen. Als Maartjes hand zijn billen heeft bereikt vraagt ze niets meer maar geeft ze hem opdracht om op zijn knieën te gaan liggen. Hij doet het gedwee. “En nu nog je benen een beetje uit elkaar” commandeert Maartje. Thijs’ kontje staat strak gespannen omhoog. Zijn balletjes bungelen net als zijn slappe piemeltje losjes onder zijn buik. Maartje spreidt met haar handen zijn billen nog iets verder en bestudeert het roze jongenssterretje aandachtig. “Hmm” mompelt ze, “Ik denk dat ik maar even moet temperaturen”. “Haal jij even de thermometer” zegt ze tegen Thomas die inmiddels de rol van ziekenbroeder vervult. Hij loopt naar zijn bureautje en pakt een kleurpotlood uit zijn tekendoos. “Hier is de thermometer” zegt hij, "er zit geen scherpe punt aan". Maartje pakt het potlood aan en maakt het nat met een beetje spuug. Ook op Thijs’ kontgaatje smeert ze wat speeksel zodat het inbrengen van ‘de thermometer’ wat makkelijker zal gaan. Voorzichtig beweegt ze de stompe punt over Thijs’ anus en even later glijdt het potlood langzaam naar binnen. Als het kleurpotlood voor de helft in Thijs’ endeldarm is verdwenen zegt Maartje “Die zit. Nu eerst het volgende onderzoek”. Meteen pakt ze Thijs’ slappe piemel en ballen in haar hand. Ze rolt het warme jongensgeslacht voorzichtig met haar vingers heen en weer. Thijs ondergaat het gelaten. Zo deed ze dat vroeger ook altijd, alsof ze de rijpheid van fruit keurt. Maar deze keer is het toch anders. Terwijl het kleurpotlood bewegingsloos uit Thijs’ kontje steekt voelt hij een tinteling in zijn kringspier en in zijn onderbuik. Zijn piemeltje is niet meer helemaal slap en zijn balletjes worden bijna naar binnen in zijn buik getrokken. Ook Maartje merkt het verschil. Ze pakt nu alleen Thijs’ piemel vast en schuift en trekt er zachtjes aan zodat het half stijve lid steeds stijver wordt. Als Thijs daardoor een echte erectie heeft gekregen zegt Thomas ineens “Hé je hebt een stijve”. Maartje doet net alsof ze dat nog niet bemerkt heeft en buigt zich omlaag om Thijs’ piemel beter te kunnen bekijken. Dan zegt ze quasi verbaasd “Tjee, wat een stijve”. Thijs vindt dat het onderzoek nu lang genoeg heeft geduurd. Hij richt zich op en wil met zijn rechterhand het kleurpotlood pakken, dat nog steeds als een thermometer uit zijn kontje steekt. Maartje is hem te snel af. Ze heeft potlood eerder te pakken, maar haalt hem nog niet eruit. “Ho, ho, ik ben nog niet klaar” zegt ze. Thijs zit geknield op het bed en houdt zich nog even stil, totdat Maartje voorzichtig ‘de thermometer’ uit zijn aarsje trekt en zogenaamd de temperatuur afleest. Thijs gaat op zijn rug liggen. Zijn stijve piemeltje steekt parmantig omhoog. “Hm, dat dacht ik wel” mompelt Maartje. Ze kijkt nog steeds aandachtig naar het potlood en zegt dan “Hij heeft er niet lang genoeg in gezeten. Nou weet ik nog niet of je koorts hebt”. Thijs zegt: “Bedenk dan maar wat anders, want ik ga niet weer op mijn knieën liggen”. Maartje geeft geen antwoord. Ze doet opnieuw een beetje spuug aan de punt van het kleurpotlood en daarna ook op Thijs’ plasspleetje. Het stijve piemeltje richt zich even op. Wat gaat Maartje nu doen? Wil ze het potlood in Thijs’ plasbuis duwen? Beseft ze niet dat Thijs daarmee groot risico loopt op een urineweginfectie? Aan het potlood zitten vast heel veel bacteriën uit Thijs’ endeldarm. Bovendien geeft het inbrengen van vreemde voorwerpen in de plasbuis grote kans op inwendige verwondingen. De kinderen beseffen de risico’s niet. Maartje brengt de punt van het kleurpotlood naar de top van Thijs’ stijve piemel. Eerst doet ze er nog wat extra speeksel bij, maar dan duwt ze voorzichtig het potlood een stukje in de plasbuis. Met haar linkerhand houdt ze het stijve piemeltje vast en met haar rechterhand het potlood. Het eerste stukje waarvan de diameter toeneemt van de punt tot de totale dikte van het potlood is er al in geschoven. Thijs voelt het potlood binnendringen in de kop van zijn penis. Het is geen aangenaam gevoel, maar het doet ook niet echt zeer. Maartjes speeksel blijkt een goed glijmiddel en de punt van de kleurstift is gelukkig erg stomp. Eigenlijk is hij wel benieuwd hoever het potlood in zijn piemel gestoken kan worden en hij bekijkt aandachtig wat Maartje doet. “Doet het geen zeer?” vraagt Maartje. “Nee, het brandt wel een beetje” antwoordt Thijs. Thijs’ piemeltje verslapt snel, maar dat is voor Maartje geen reden om haar poging te staken. Voorzichtig duwt ze het potlood millimeter voor millimeter verder, steeds een beetje spuug toevoegend. Als het potlood enkele centimeters in Thijs plasbuis is gestoken, is zijn piemel zo ver geslonken dat de potloodpunt inwendig tegen de wand drukt. Eigenlijk zou het nu een bochtje moeten maken, maar een potlood buigt natuurlijk niet. Thijs zegt: “Stop, hij gaat niet meer verder” en pakt zijn piemel vast. Het is een bizarre aanblik. Drie naakte kinderen die een uiterst gevaarlijk spel spelen. Thijs beweegt zijn piemel wat meer rechtop. Door de beweging duwt de punt niet langer tegen de binnenwand. Thijs bemerkt het en duwt nu zelf het potlood voorzichtig nog wat verder. Zonder iets te zeggen doet Maartje er opnieuw wat spuug bij en Thijs laat zijn piemel even los. Het potlood werkt nu als een inwendige spalk. De slappe jongenspiemel blijft kaarsrecht omhoog staan. Helemaal onderin zijn lijf voelt Thijs het potlood in zijn perineum. Het is nu half naar binnen geschoven en nog is het kennelijk niet genoeg. Opnieuw pakt Thijs zijn piemel en het potlood vast en weer schuift hij het een stukje verder. Pas als de punt de rand van zijn prostaat bereikt zegt hij “Auw, nu gaat het zeer doen”. Van het potlood dat ongeveer dertien centimeter lang is, is nog slechts vier of vijf centimeter zichtbaar. Als er nu per ongeluk tegenaan gestoten zou worden dan is de inwendige schade niet te overzien. Maar kennelijk beseffen de kinderen dat gevaar niet. Heel voorzichtig begint Thijs het potlood uit zijn plasbuis te trekken. De smerende werking van Maartjes speeksel is grotendeels verdwenen en het eruit halen is gevoeliger dan het inbrengen. Met samengeknepen ogen haalt Thijs het potlood eruit. Maartje ziet Thijs’ verkrampte gezicht en vraag “Doet het nu wel zeer?”. Thijs geeft geen antwoord. Hij heeft spijt dat hij dit heeft gedaan. Zijn plasbuis brandt inwendig en die pijn blijft ook als het potlood er helemaal is uitgetrokken. Met zijn hand bedekt hij zijn slappe piemeltje. Hij hoeft net nog niet te huilen, maar het lachen is hem wel vergaan. Ook Thomas en Maartje kijken beduusd. Er is geen spoortje meer te vinden van de spontane vrijheid waarmee de naakte kinderen hun spel begonnen. Zonder verder iets te zeggen gaan Maartje en Thijs naar hun eigen kamer. Thijs kruipt onder de lakens en begraaft zijn gezicht in het kussen zodat niemand zijn snikken hoort. Hij wou dat zijn vader hier was, die zou hij het wel durven vertellen. Die zou wel weten wat hij nu moest doen.